In een notendop: historiek, basisprincipes & soorten kinderrechten

Historiek

Op 20 november 1989 wordt het Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK) of het Kinderrechtenverdrag goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Het Kinderrechtenverdrag volgt de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948) en de Verklaring van de Rechten van het Kind (1959) en is bindend voor alle lidstaten die het verdrag ratificeren.

Het verdrag bestaat uit 54 artikels, specifiek van toepassing op minderjarigen. Het Kinderrechtenverdrag werd ondertekend door alle landen ter wereld, exclusief Somalië en de VS. België ratificeerde het Kinderrechtenverdrag op 16 december 1991, en het trad in werking op 15 januari 1992. Alle landen die het verdrag ratificeerden, engageren zich om toe te zien op de naleving van alle rechten uit het verdrag.

Minstens één keer om de vijf jaar moet elk land voor het Comité van Genève een verslag opstellen over de uitvoering en de vooruitgang omtrent de bepalingen in het Kinderrechtenverdrag. Dit Comité heeft als taak om toe te zien of het Verdrag wereldwijd gerespecteerd wordt. Tenslotte geeft het de verschillende landen aanbevelingen en advies om bepaalde punten te verbeteren.

Baanbrekend is dat het verdrag internationaal en bindend is, en dat het bovendien alle rechten omvat:

  • Burgerlijke rechten, met o.a. recht op een nationaliteit: een naam, land en identiteit hebben, geboorteregistratie,...
  • Politieke rechten, met o.a. recht op vrijheid van meningsuiting: recht om gehoord te worden,...
  • Economische rechten, met o.a. recht op bescherming tegen uitbuiting: geen kinderarbeid,...
  • Sociale rechten, met o.a. recht op onderwijs
  • Culturele rechten, met o.a. recht op rust en vrije tijd: ontspanning, spelen, hobby’s hebben,...

Het verdrag is universeel (van toepassing op alle kinderen), onvervreemdbaar (men kan een kind zijn/haar rechten niet afnemen) en ondeelbaar (alle rechten zijn even belangrijk).

De basisprincipes en verschillende soorten kinderrechten

Vier basisprincipes vormen de rode draad doorheen de interpretatie en uitvoering van het Kinderrechtenverdrag:

  • Non-discriminatie: Het verdrag geldt voor alle kinderen jonger dan 18 jaar en vraagt speciale aandacht voor kwetsbare groepen.
  • Recht op (over)leven & ontwikkeling: Elk kind heeft recht op een menswaardig leven en het recht om zich te ontwikkelen.
  • Recht op participatie: Elk kind heeft een eigen mening. In alles wat kinderen aanbelangt, mogen ze hun mening uiten en dient er ook naar hun mening geluisterd te worden.
  • Het belang van het kind: In alle acties moet er rekening gehouden worden met het belang van het kind.

Deze basisprincipes gelden over alle rechten heen, en staan garant voor de kwaliteit bij het realiseren van alle rechten.

Als we het Kinderrechtenverdrag van dichtbij bekijken, kunnen we de rechten opsplitsen in 3 categorieën:

  • Provisierechten: Het recht om te hebben, te ontvangen en toegang te krijgen tot bepaalde voorzieningen en diensten. Bijvoorbeeld: een naam en nationaliteit, gezondheidszorg, onderwijs, rust, ontspanning en aangepaste zorg voor weeskinderen of kinderen met een beperking.
  • Protectierechten: Het recht beschermd te worden tegen schadelijke praktijken. Voorbeelden van dergelijke schadelijke praktijken: gescheiden worden van de ouders, ingelijfd worden bij het leger, commerciële of seksuele uitbuiting en fysieke of mentale mishandeling.
  • Participatierechten: Het recht van het kind om gehoord te worden bij het nemen van beslissingen die zijn of haar leven beïnvloeden. Naarmate het kind opgroeit, zou het ook steeds meer moeten kunnen deelnemen aan sociale activiteiten, als voorbereiding op het volwassen leven. Bijvoorbeeld: vrijheid van spreken en van mening, vrijheid van cultuur, godsdienst of taal.

 

Het Kinderrechtenverdrag

Kinderrechten op school

Gratis nieuwsbrief

Schrijf je in op onze gratis nieuwsbrief en blijf op de hoogte van onze acties, wedstrijden en nieuwe lesmaterialen. Doen!